- omkleden
- omkleden1{{/term}}〈overgankelijk werkwoord〉1 revêtir (de) 〈ook figuurlijk〉♦voorbeelden:1 de harde waarheid tactvol omkleden • choisir ses mots pour dire la véritéiets met redenen omkleden • motiver qc.————————omkleden2{{/term}}〈overgankelijk werkwoord〉1 changer♦voorbeelden:1 zich omkleden • se changer
Deens-Russisch woordenboek. 2015.